Als er weer een nieuwe digitale tool op school verschijnt, voel ik het vaak al aankomen. Niet bij de leerlingen, die zijn meestal nieuwsgierig en enthousiast. Maar bij collega’s. Die frons. Die zucht. En altijd die ene vraag: “Moeten we hier nu echt iets mee?”
Tekst en Beeld: Mandy de Bruijn, leerkracht in het basisonderwijs en ICT-coach
En eerlijk? Ik snap het. Ik sta zelf ook gewoon voor groep 6. Ik ken die volle dagen, dat overvolle hoofd, die stapel nakijkwerk en het ‘Laat me gewoon lesgeven’. Een nieuwe app voelt dan als een extra steen in je rugzak.
Toch heb ik gemerkt dat het anders kan. Digitaliseren hoeft geen opdracht te zijn, het kan een ontdekkingsreis worden. Niet alleen voor leerlingen, maar ook voor ons als team. Niet van bovenaf, maar van binnenuit. En in mijn klas begint dat heel klein.
Hoe kunnen kleine digitale stappen een groot verschil maken? Ik deel hier twee voorbeelden uit mijn eigen lessen. Niet omdat het perfect ging, maar omdat kinderen eerlijk reageren. Ze lachen stellen vragen en gooien soms mijn hele plan om. Dit is hoe verandering er in het echt uitziet: rommelig, verrassend en vaak leuker dan je denkt.
Op onze vaste ‘digitale woensdag’ besloot ik te werken een korte online challenge over breuken. Geen simpel ‘kies het juiste antwoord’ maar steeds uitleggen waarom het antwoord klopt. Ik bouwde er een spelelement omheen met missies, badges en een bonusronde. Na een paar opdrachten hoorde ik ineens: “Juf, als ik deze missie haal, mag ik dan de superbadge proberen?”
De klas zat er helemaal in. Het ging niet om winnen, maar om snappen. De leerlingen bespraken hun strategieën en hielpen elkaar verder. Toen twee kinderen na afloop vroegen of ze het thuis ook konden doen, wist ik dat het werkt. Niet omdat het digitaal is, maar omdat het motiveert, uitdaging biedt en leerlingen zelf eigenaar maakt van hun leren.
Bij wereldoriëntatie wil ik dat leerlingen informatie niet alleen verzamelen, maar ook leren presenteren. Daarom liet ik ze werken met Canva. Geen uitgebreide uitleg: alleen een paar basisregels; één beeld, een pakkende titel, drie kernpunten en een bronvermelding.
Het viel me op dat leerlingen niet bezig waren met ‘een leuke poster maken’, maar met keuzes maken. Wat hoort erbij? Wat kan weg? Wat maakt het duidelijk?
Dat is voor mij de kracht van digitale tools: ze maken het proces betekenisvoller en geven leerlingen het gevoel dat ze écht iets creëren.
Collega’s die zuchten, doen dat niet omdat ze tegen vernieuwing zijn. Vaak voelen ze zich overvallen: wéér een platform, wéér een inlog.
Een collega vertelde: “Ik raak het overzicht kwijt. Ik weet niet waar ik moet beginnen.” We hebben toen samen één doel gekozen: één digitale werkvorm per week. Niet elke dag, niet alles tegelijk. En het werkte. Het gaf rust, ruimte en vertrouwen. Want vertrouwen is de brandstof voor verandering.
Een van onze beste vondsten? Een simpel whiteboard in de teamkamer met daarop de ‘tool van de maand’. Niet verplicht, niet groots. En collega’s delen hun bevindingen kort op het bord.
We merkten dat het bord de toon veranderde. Het ging niet meer om moeten digitaliseren, maar om samen ontdekken. De drempel werd lager, er kwam luchtigheid in het proces.
Naast het bord ontstond er nog een mooie manier om kennis te maken met digitale tools: gewoon samen uitproberen tijdens een teamvergadering. Zo startten we een vergadering met Mentimeter: iedereen vulde op zijn telefoon één woord in over hoe hij zich voelt bij digitalisering. Binnen seconden verscheen er een kleurrijke woordwolk op het scherm: “Nieuwsgierig.” “Overweldigd.” “Leuk, maar spannend.” Het werd een gesprekstarter én een voorbeeld van hoe je zo’n tool in de klas kunt gebruiken.
Later speelden we Blooket met een quiz over onze eigen schoolregels. Er werd gelachen, er ontstond competitie. Precies dát is de kracht van samen proberen: het haalt de spanning weg en maakt ruimte voor nieuwsgierigheid.
Ik ben geen techneut die alles weet. Ik ben de collega die voorstelt om het samen te proberen. Soms leg ik iets uit, soms ontwerp ik mee, soms zeg ik gewoon ‘Laat maar even, dit komt later wel’. Mijn rol is niet overtuigen, maar ondersteunen. Niet zenden, maar vragen wat mensen nodig hebben.
ICT is een middel, geen doel. Het draait niet om de nieuwste app. Het draait om wat je ermee kunt: inzicht, eigenaarschap, verbinding. Als ik technologie inzet, vraag ik mezelf drie dingen af:
Als we dat blijven zien, wordt ICT geen bedreiging maar een kans.
Soms helpt een grap meer dan een handleiding. Een tool die niet werkt? Die noemen we de flop van de maand. En eerlijk: daar wordt vaak harder om gelachen dan om de successen. Humor haalt de druk eraf en maakt ruimte om te leren.
Als ik terugkijk naar de afgelopen periode, zie ik een beweging.
Die beweging kost tijd, vertrouwen en lef. Maar ze is het waard. Want als we ICT samen vormgeven, wordt het iets van ons allemaal.
Ik geloof dat de rol van ICT in het onderwijs alleen maar groter wordt. Maar dat hoeft niet te betekenen dat we overspoeld raken. Als we vasthouden aan het idee van samen ontdekken, kunnen we elke verandering aan. Dan wordt digitalisering geen golf die ons meesleurt, maar een rivier waar we samen in leren zwemmen.
En elke keer als iemand vraagt “Moeten we hier iets mee?”, dan antwoord ik tegenwoordig: “Nee. Maar als je wilt, kunnen we het samen ontdekken.”