We praten volop over leerlingen en AI, maar wat denken leerlingen er eigenlijk zelf van? Wat doen ze ermee en zijn ze docenten vaak te slim af? Om antwoord op die vraag te krijgen, ga ik op onderzoek uit. Thuis en op een middelbare school.
Tekst en video: Maaike Zweers, redacteur IPON Beeld: AI
We schrijven volop over leerlingen en AI. En praten met AI-deskundigen, leerkrachten, wetenschappers en beleidsmakers. Maar praten we hier ook over met leerlingen? Ik niet in ieder geval. Tijd om daar verandering in te brengen.
Mijn zoon zit het laatste jaar van het mbo. Hij is druk met het afronden van zijn opleiding en het schrijven van verslagen. Ik ga er helemaal van uit dat hij ze zelf schrijft. Maar besef wel dat ik hem dat eigenlijk nooit gevraagd heb. Hoog tijd voor een eerste verkenning dicht bij huis dus. Zijn antwoord stelt me gerust. Hij gooit veel ideeën in ChatGPT en vindt het prettig als die orde in de chaos brengt. Vervolgens gaat hij er zelf mee aan het werk. AI als ondersteuning dus en niet meer dan dat. Zelf blijft hij vooral graag creatief denken.
Zou dat bij middelbare scholieren ook zo zijn? Om antwoord op deze vraag te krijgen, bezoek ik net voor de kerstvakantie een middelbare school. Ik verwacht er vooral leerlingen te treffen die me uitgebreid gaan uitleggen wat ze allemaal met AI doen. Want dat ze het gebruiken, staat voor mij wel vast.
Na een uurtje rijden stap ik de middelbare school binnen waar ik mag komen filmen. De pauze is net begonnen. Uit alle lokalen stromen leerlingen de gang op. Ze lachen, roepen, rennen en kijken ondertussen ook nog op hun telefoons en in hun broodtrommels. De herrie is oorverdovend. Aan een leerling vraag ik of hij geen last van die herrie heeft. Nee hoor, hij is eraan gewend. “En ik ben zelf onderdeel van het probleem”, roept hij nog terwijl hij zich naar de snacks in de kantine begeeft.
Ik wurm me met mijn jas en tas tussen de leerlingen door. Het valt niet mee om een rustig plekje te vinden waar ik er een paar kan spreken. Ik loop een lokaal binnen waar leerlingen samen een opdracht aan het maken zijn. Ze willen wel wat vertellen, maar hebben weinig tijd. Er moet nog veel gebeuren voor de vakantie.
Nienke, de eerste leerling die ik vraag wat ze met AI doet, is heel duidelijk. “Eigenlijk niets. Ik heb het niet nodig.” Tom gaat nog een stapje verder, hij mijdt het als de pest. “Het geeft geen voldoening en het is ook nog slecht voor het milieu.”
Even denk ik dat we het allemaal verkeerd hebben en dat leerlingen helemaal niet zoveel met AI doen. Maar ik geef nog niet op. Ik mag achter in een klaslokaal plaatsnemen waar net een les Engels bezig is. Twee leerlingen houden een presentatie en de rest is stil aan het luisteren of overduidelijk met iets anders bezig. Ik neem ze één voor één even mee naar de hal.
Een leerling die ik maar niet bij naam noem, gebruikt AI voor haar verslagen. Ze vertelt lachend dat docenten niet beseffen dat je AI kunt aanpassen aan je eigen taalgebruik, zodat het eigenlijk niet meer op AI lijkt. En dat is heel handig. Een andere leerling vertelt enthousiast dat hij laatst nog een hele opdracht met AI gemaakt heeft. Dat scheelde hem lekker veel tijd. Maar dat herhaalt hij liever niet op de video. Geef hem eens ongelijk.
Jaislynn gebruikt AI vooral om inspiratie op te doen voor verslagen. Ze kopieert niet en maakt er nog wel een eigen verhaal van. Jort ziet AI vooral als een hulpmiddel om tijd te besparen. De AI geeft hem een basis waarop hij verder kan werken. Leraren beschouwen het volgens hem als valsspelen. Daar is hij het niet mee eens. “Je kunt er veel van leren als je het op een goede manier gebruikt.”
Weten leraren eigenlijk voldoende over AI? Volgens Julia zijn de jongere leraren beter op de hoogte dan de oudere. Die laatste zien minder vaak dat er AI gebruikt wordt voor een verslag.
Veel leerlingen vinden het best handig dat leraren (nog) niet altijd door hebben wat ze wel en niet met AI doen. Maar ook dat het hoog tijd wordt dat die leraren zich er wat meer in gaan verdiepen. Om leerlingen bij te houden, maar ook om het zelf beter te gebruiken. Een leerling heeft nog een tip voor docenten: kijk toetsen na met AI. Dat bespaart tijd.
In het techlokaal tref ik een groepje van drie Technasium-studenten die druk zijn met een opdracht. Ze willen niet gefilmd worden, maar wel vertellen wat ze met AI doen. En dat is niet zo heel veel. Ze proberen er zo weinig mogelijk gebruik van te maken. Op school niet en in hun vrije tijd niet. “We willen ons eigen brein actief houden en proberen zelf creatief te zijn. Pas als er echt geen hoop meer is, gebruiken we AI.”
Ze gaan verder met hun opdracht en ik vertrek naar de parkeerplaats. Gelukkig is de pauze voorbij en bereik ik zonder kleerscheuren mijn auto. Ik heb heel wat geleerd zo net voor de vakantie. En spreek AI voortaan ook maar op z’n Engels uit. Dat klinkt toch net wat vlotter.