Kinderen komen steeds jonger in aanraking met schermen en schermpjes. Ook kinderen in groep 1 en 2 besteden er al relatief veel tijd aan. Het advies van Peter Nikken: kijk eens wat vaker door de bril van de kinderen. En laat het verbiedende vingertje achterwege.
Tekst: Maaike Zweers, redacteur IPON Beeld: Wonderworks
Schermen en schermpjes zijn niet meer weg te denken. Kinderen komen er steeds jonger mee in aanraking. Ook hele jonge kinderen zitten voor de TV en doen spelletje op een iPad of telefoon. Uit het recente Iene Miene Media Onderzoek 2026 blijkt dat kinderen van nul tot zes jaar veel verschillende apparaten gebruiken. Gemiddeld zijn dat er twee, maar ongeveer een op de vijf ouders zegt dat hun kind regelmatig vier, vijf of zelfs wel zes of meer digitale apparaten gebruikt. En dat is alleen nog maar thuis.
Peter Nikken is Emeritus Lector Jeugd & Media. De grootste fout die leerkrachten volgens hem kunnen maken, is hun ogen ervoor sluiten. Of misschien nog erger: met het vermanende vingertje zwaaien. “Veel leerkrachten zijn eerder negatief dan positief ingesteld als het gaat om schermpjes en gamen. Dan hebben kinderen het idee dat ze wat fout doen en komen ze niet naar je toe als er iets aan de hand is. Dat wil je voorkomen.”
Nikken pleit dus voor het open gesprek. Laat leerlingen vertellen wat ze kijken en spelen, wat ze daarbij tegenkomen en ook wat ze wellicht eng of vervelend vinden. Pas dan kun je ze helpen mediawijs te worden.
Om te snappen wat kinderen zien en doen, zouden leerkrachten zich daarin moeten verdiepen. “Kijk eens naar de populaire games en platforms van jouw leerlingen. En realiseer je dat het niet alleen om het spelen gaat, maar ook om de online contacten. Veel leerlingen spelen bovendien games die niet geschikt zijn voor hun leeftijd. Daar is thuis niet altijd toezicht op. Zeker als er oudere broertjes en zusjes zijn, spelen en chatten ze vaak gemakkelijk mee.”
En als het gaat over de TV: weet ook wat je leerlingen kijken. “Neem het Sinterklaasjournaal. Programmamakers willen altijd graag iets heel creatiefs maken. De afgelopen jaren hebben ze toch wel de grenzen opgezocht. Voor de hele jonge doelgroep kan dat best heftig zijn en angst oproepen. Bespreek dat in de klas. En praat ook eens over bijvoorbeeld Paw Patrol of Peppa Big. Je kunt je afvragen of dat nou kwaliteit is, maar het boeit kinderen wel. Dus heb je het erover en kun je kinderen laten nadenken over waarom ze geïnteresseerd zijn.”
Leerkrachten hebben geen directe invloed op wat er thuis gebeurt. Maar omdat media zo’n belangrijk onderdeel zijn van onze samenleving en van het opgroeien van kinderen, moeten ze het er volgens Nikken toch met ouders over hebben. Zeker omdat wat kinderen thuis via media tegenkomen, ook in de klas opspeelt.
Hij vindt het belangrijk dat je daar als leerkracht een positief gesprek over kunt voeren. Niet belerend, niet moraliserend, maar wel aangeven hoe media invloed kunnen hebben op de leerprestaties en op de ontwikkeling van kinderen.
Natuurlijk hebben ouders af en toe tijd voor zichzelf nodig. En natuurlijk is het fijn als kinderen zichzelf dan even bezighouden. Maar ouders weten vaak niet wat de risico’s van die kleine schermpjes zijn, bijvoorbeeld voor de ogen. Daar kun je ze op wijzen. Nikken: “Kinderen kunnen dan beter voor de TV zitten. Daar gaan ze minder in op en ze kunnen ondertussen gemakkelijk bewegen. Bijkomend voordeel is dat je als ouder gemakkelijk een oogje in het zeil kunt houden.”
Ook de school voegt schermtijd toe aan de toch al vaak uren per dag, bijvoorbeeld via het digibord. “Op vrijdagmiddag of vlak voor de vakantie wordt er ter lering en vermaak een filmpje opgezet wat op zich oké is. Maar ja, wat laat je zien?”
Nikken pleit voor meer aandacht voor de digitale wereld in de opleiding van toekomstige leerkrachten. Het probleem is volgens hem dat er op lerarenopleidingen vaak onvoldoende aandacht is voor de digitale wereld en hoe je daarmee om moet gaan. Leerkrachten die eenmaal aan het werk zijn, hebben geen tijd om zich erin te bekwamen en weten niet zo goed waar ze les- en beeldmateriaal vandaan moeten halen dat geschikt is voor een bepaalde leeftijdscategorie. “Het zou mooi zijn als daar eens soort bibliotheek voor komt. Voor boeken is dat allemaal prima geregeld. Waarom niet voor video- en filmmateriaal?”
Minecraft is een videospel dat is ontwikkeld door Mojang Studios. Spelers kunnen vrij bouwen, verkennen en overleven in een blokkerige wereld. Het is wereldwijd een cultureel fenomeen, geliefd vanwege zijn creatieve vrijheid en educatieve toepassingen.
Risico’s voor jonge kinderen:
Roblox is een online gameplatform en een systeem voor het maken van spellen dat gebruikers in staat stelt om eigen interactieve ervaringen te ontwikkelen en te spelen. Het werd populair als een sociaal en creatief platform waar miljoenen gebruikers samen virtuele werelden bouwen en verkennen.
Risico’s voor jonge kinderen: