IPON - Francien Regelink: ‘Online gedoe speelt in iedere klas’

Francien Regelink:

‘Online gedoe speelt in iedere klas’

Francien Regelink werd als vijftienjarige slachtoffer van sexting. Tegenwoordig geeft ze gastlessen over online omgangsvormen. Die zijn hard nodig, want ‘online gedoe’ speelt overal en gaat niet meer weg.

Tekst: Maaike Zweers, redacteur IPON  Beeld: Francien Regelink

Op de middelbare school stuurde Francien een foto van haar borsten naar de jongen op wie ze verliefd was. Na de vakantie hingen er kopieën door de hele school. Er waren nog geen social media, maar de vernedering was er niet minder om.

Het was toen nog een heel nieuw fenomeen, het had nog helemaal geen naam. Er was ook geen oplossing. Francien Regelink: “Ik probeerde door dure kleding te dragen te laten zien dat ik meer een hockeymeisje was dan een goedkope slet. En ik ging keihard werken om naar een vervolgopleiding te mogen die niet in de buurt lag, zodat ik geen andere studenten zou tegenkomen. En dat is me gelukt.”

Twaalf jaar later hoorde ze over online shaming. Ze schreef toen het boek Francien laat je tieten nog eens zien over hoe sexting je leven kan breken én maken. Ze is regelmatig op tv om te praten over de gevolgen van online shaming.  

Online omgangsvormen

Juist aan het begin van het schooljaar is het volgens haar belangrijk om online omgangsvormen aan de orde te stellen. Want dan worden in de klas de regels voor het komende jaar bepaald. En social media horen daarbij. “Die gaan niet meer weg en daar moeten we mee dealen. We kunnen wel denken dat we ze kunnen verbieden of dat we daar invloed op hebben, maar de praktijk wijst anders uit. In Australië, het eerste land dat dat verbod heeft ingevoerd, heeft 80 procent van de kinderen nog steeds toegang tot social media.”

‘Het internet gaat maar door. Als ik nu op de middelbare school had gezeten, was ik zeker een of twee keer blijven zitten door alle online afleiding’

Afgaan voor de hele school

Net als vroeger zijn middelbare scholieren druk bezig zichzelf te vormen en los te komen van hun ouders. Het grote verschil is dat we nu alles zien van elkaar. “Waar je vroeger veilig kon falen, ben je nu aan het afgaan voor de hele klas of zelfs de hele school. Neem je eerste zoen. Als dat vroeger misging, ging dat alleen jou en die ander aan. Als je nu pech hebt, word je gefilmd en kan de hele school meekijken.”

Leerlingen zijn volgens Regelink continu aan het kijken hoe ze in de klas kunnen overleven zonder dat dingen online tegen ze worden gebruikt. Ze moeten zich zo veilig mogelijk opstellen. “En dan is er ook nog een rangorde op basis van het aantal likes dat je weet binnen te halen. Hoe meer likes, hoe belangrijker je bent. En dan moet je ook nog je aandacht bij de lessen houden. En na school je huiswerk maken terwijl er nieuwe games op je wachten. Het internet gaat maar door. Als ik nu op de middelbare school had gezeten, was ik zeker een of twee keer blijven zitten door alle online afleiding.”

Gastlessen over online omgangsvormen

Regelink geeft gastlessen waarin ze stilstaat bij (online) omgangsvormen, mentale gesteldheid en groepsdruk. Ze krijgt steeds meer uitnodigingen uit het basisonderwijs. “Leerlingen hebben steeds eerder een smartphone en het gedoe begint dus ook steeds eerder. Ze communiceren via Snapchat en het is voor ouders en leerkrachten heel lastig om grip te krijgen op wat daar allemaal gebeurt.”

Wacht niet tot het misgaat

Regelink wordt vaak in de tweede helft van het schooljaar ingehuurd voor gastlessen als een klas midden in het gedoe zit. En dat is jammer. “Maak dit soort zaken meteen aan het begin van het schooljaar bespreekbaar. Wacht niet tot het misgaat. Voor je het weet, gaat online gedoe van kwaad tot erger.”

Drie tips

In haar gastlessen vertelt Francien Regelink hoe het voelt als je zelf slachtoffer bent van online gedoe. Ze vertelt ook wat leerlingen die slachtoffer worden eraan kunnen doen. Voor leerkrachten heeft ze een paar tips:
  1. Benadruk steeds dat leerlingen met alles bij je terecht kunnen en wie de andere aanspreekpunten op school zijn.
  2. Houd het vermanende vingertje achterwege. Een leerling die bij je komt, weet zelf ook wel dat hij of zij iets heeft gedaan dat niet handig is.
  3. Hang een ouderwetse poster op in de klas waarop staat waar leerlingen hulp kunnen krijgen. Denk aan de Kindertelefoon of de Stichting Off­limits. Die stichting helpt slachtoffers met het verwijderen van ongewenste foto’s. Als leerlingen zo’n poster vaak genoeg zien, slaan ze de boodschap onbewust wel ergens op.

Shipping: AI haalt de onschuld eraf

Vroeger werd er natuurlijk geroddeld en werden er in de klas briefjes doorgegeven. Tegenwoordig zijn er de zogenoemde shippingaccounts, aldus Regelink. Dat zijn accounts waarin iemand gevraagd of ongevraagd matchmaker speelt. En als er dan een match gemaakt is, heb je weer een ‘ship’. Daar wordt dan een soort van fanfiction om het stel heen gecreëerd, ook al is het in het echt helemaal geen stel. “Dat was voorheen vrij onschuldig en ook nog wel grappig. Maar er zitten per school soms wel 700 volgers op zo’n account. En vandaag de dag kun je met AI hele spannende filmpjes maken, je kunt dus doen alsof je een inkijkje in de slaapkamer van het niet-bestaande stel geeft. Leerlingen weten meestal best dat het AI is, maar dat maakt het niet minder vervelend voor de betrokkenen.”