Met weemoed kijken we terug naar een fijne zomervakantie, die natuurlijk altijd nét iets te snel voorbijgaat. Toch ligt er ook weer iets moois klaar: een nieuw schooljaar vol kansen, vragen en frisse plannen. Een van die vragen zal op veel scholen opnieuw op tafel liggen: wat doen we met AI in de klas? En dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Vijf tips om het jaar goed te beginnen.
Tekst: Rianne Steenbeek, leerkracht groep 8 en Teacher in Residence bij NOLAI.
In de definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid komt AI expliciet terug bij kerndoel 22D: de leerling verkent AI. Dat klinkt niet heel ingewikkeld, maar in de praktijk kan het best groot voelen. Moeten leerlingen in de onderbouw al leren prompten? Moeten we alle tools kennen? Of moeten we eerst beleid schrijven? Mijn advies: begin klein. Juist dan wordt AI geen los project, maar een betekenisvol onderdeel van je onderwijs. Mijn vijf tips.
Je hoeft niet meteen met leerlingen aan de slag. Je kunt generatieve AI ook eerst gebruiken voor je eigen voorbereiding: een tekst op drie niveaus herschrijven, vragen bedenken bij een rijke tekst, een ouderbericht versimpelen of ideeën verzamelen voor differentiatie. Als jij ervaart waar generatieve AI wel en niet handig voor is, kun je daarna veel beter bepalen wat passend is voor je klas.
Je hoeft niet altijd met ChatGPT of andere tools te werken om over AI te leren in de klas. Juist de voorbeelden uit het dagelijks leven zorgen voor herkenning. Leerlingen (en leerkrachten) komen het al tegen in hun dagelijks leven: aanbevelingen op YouTube, filters op Snapchat, chatbots, vertaalapps, zoekmachines en soms zelfs in games. Door dit regelmatig te benoemen, zullen leerlingen het sneller (h)erkennen. Dit kan in de onderbouw door middel van een kringgesprek. In de midden- en bovenbouw kun je leerlingen in tweetallen voorbeelden laten verzamelen: waar kom jij AI tegen? Wat doet het systeem? Welke informatie gebruikt het waarschijnlijk? Zo maak je AI zichtbaar, zonder direct een tool open te zetten.
Een generatief AI-systeem kan menselijk overkomen. Het antwoordt vriendelijk, schrijft vlot en lijkt soms zelfs begrip te tonen. Maar lijken op menselijk gedrag is iets anders dan menselijk zijn. Een mooie klasvraag is: wanneer voelt technologie slim? En wanneer niet? Laat leerlingen voorbeelden vergelijken van een menselijk antwoord en een AI-antwoord. Wat valt op? Wat mist er? Zo oefen je kritisch denken op een toegankelijke manier.
Een belangrijk onderdeel van verantwoord omgaan met AI is snappen dat je niet zomaar alles invoert. Laat leerlingen nadenken over vragen als: Mag je je naam invoeren? Een foto van jezelf? Een verhaal over een klasgenoot? Cijfers of toetsresultaten? Ook in de onderbouw kan deze werkvorm geschikt zijn. Denk dan juist aan herkenbare vragen als Mag je zomaar een foto van iemand maken? Mag je vertellen waar je woont? Mag je de naam van een klasgenoot online zetten? En wat doe je als een spelletje of app iets van je wil weten? Met eenvoudige kaartjes zoals ‘groen: mag wel’, ‘oranje: vraag eerst hulp’ en ‘rood: niet doen’ maak je privacy en veilig omgaan met gegevens al op jonge leeftijd bespreekbaar.
Leerlingen vinden AI vaak grappig, spannend of magisch. Leerkrachten voelen soms juist twijfel: mag dit wel, kunnen leerlingen dan nog zelf schrijven, wat gebeurt er met privacy? Die spanning mag er zijn. Sterker nog: dat is precies waar het gesprek begint. AI hoeft niet meteen opgelost te worden. Het mag eerst onderzocht worden. Het belangrijkste is om het gesprek aan te gaan met collega’s en kinderen in de klas. Verwonderen, leren en het gesprek openen kan bijvoorbeeld via AI Studio van Het Klokhuis of de AI-Cursus Junior.
AI in de klas hoeft dus niet te beginnen met grote plannen of ingewikkelde tools. Begin klein, kijk samen kritisch en blijf nieuwsgierig. Dan wordt AI geen extra ‘moetje’ op het rooster, maar een kans om samen beter te leren denken.