Acht maanden geleden deelde ik op LinkedIn de eerste contouren van een ‘AI-proof’ profielwerkstuk. Inmiddels is de belangstelling vanuit het land enorm gegroeid. Niet gek, want terwijl veel scholen nog worstelen met de vraag of ze AI moeten verbieden of omarmen, gebruiken leerlingen het al massaal. Na twee schooljaren en veertien begeleidingstrajecten op havo en vwo is voor mij het belangrijkste inzicht: we moeten niet minder, maar juist méér samen met de leerling achter de knoppen gaan zitten.
Een van de meest dwingende inzichten uit de afgelopen pilot-jaren is dat een onderzoek dat louter leunt op literatuurstudie zijn langste tijd heeft gehad. Met de komst van krachtige deep research tools kan een chatbot in enkele minuten een onderzoeksoverzicht genereren met tientallen relevante en echt bestaande bronnen, iets dat voorheen weken kostte. Dat kan nu een mooie start zijn van een onderzoek, maar het is ook een uitnodiging om de lat voor het PWS hoger te leggen.
We kunnen de verwachtingen opschroeven. Omdat leerlingen met AI sneller tot een scherpe hoofdvraag, een goede afperking en creatieve invalshoeken komen, ontstaat er ruimte voor wat er écht toe doet: eigen dataverzameling. Of het nu gaat om interviews, enquêtes, veldwerk of eigen experimenten; de nadruk verschuift van het verzamelen van bestaande kennis naar het creëren van nieuwe inzichten door de leerling zelf.
Samen onderzoeken wat wenselijk is
In de vernieuwde Handleiding Profielwerkstuk 2026-2027 is een wijziging doorgevoerd: de rol van de docent als ‘mede-onderzoeker’. Het is aan te bevelen om bepaalde AI-ondersteunde stappen in het onderzoeksproces samen met de leerling te zetten. In plaats van achteraf te controleren op fraude, onderzoek je tijdens begeleidingsmomenten samen wat mogelijk en ethisch wenselijk is.
Hoe zet je AI in voor een analyse zonder je eigen kritische blik te verliezen? Welke output van een chatbot verwerp je en waarom? Door dit gesprek actief te voeren, maken we van het PWS een echte oefenplaats voor digitale geletterdheid.
Transparantie als nieuwe standaard
In de nieuwe handleiding introduceren we de verplichte AI-verantwoording. Iets dat een leerling vanaf de start van het onderzoek moet bewust moet bijhouden, resulterend in een bijlage die expliciet maakt:
- Welke tools zijn gebruikt?
- Met welk doel (verkenning, structuur, taalcontrole)?
- Twee concrete voorbeelden van interactie (prompts) en wat daarmee is gedaan.
- Een reflectie op de meerwaarde en de beperkingen.
Deze transparantie wordt integraal onderdeel van de beoordeling. Een ’10’ voor de vraagstelling krijg je alleen als je kunt aantonen hoe je AI-suggesties hebt getoetst en naar je eigen hand hebt gezet. Alles rondom AI is nieuw, dus is het mijn advies om als docent deze stappen voorlopig samen met je leerlingen te zetten. Leerzaam voor alle partijen.
Start vandaag: beleid volgt de praktijk
Uit recent onderzoek van Jaarbeurs blijkt dat veel docenten snakken naar kaders. Mijn advies: begin zelf een werkgroep AI en begin met het maken van schoolbreed beleid, maar begin ook direct met toepassingen, bijvoorbeeld in de praktijk van het profielwerkstuk. Alleen dan leer je wat AI kan en waar AI vermeden moet worden.
Je leerlingen gebruiken AI al; laten we hen leren dit niet te doen als ‘makkelijke uitweg’, maar als een krachtig instrument om tot diepere analyses en creatievere oplossingen te komen. De ‘meesterproef’ is daarmee meer dan ooit een voorbereiding op een wereld waarin menselijke intelligentie en AI hand in hand gaan.