AI in het onderwijs: waarom de adoptie langzaam verloopt

AI in het onderwijs
Martin Bakker
Martin Bakker
04 mei 2026
3 min

Veel docenten herkennen het beeld van de overvolle mailbox en de collega’s die bij nieuwe plannen direct vragen waar de tijd vandaan moet komen. Dit wordt vaak uitgelegd als weerstand tegen verandering, maar in de praktijk is het een symptoom van een overbelast systeem.

Als de werkdruk structureel hoger ligt dan de beschikbare mentale ruimte, treedt er een vorm van tunnelvisie op. Men concentreert zich noodgedwongen op de meest urgente taken: de volgende les, de orde in de klas en de nakijkstapel.

In die overlevingsmodus wordt een uitnodiging voor een workshop over het gebruik van AI in het onderwijs of een e-mail over een nieuwe AI-tool niet ervaren als een kans, maar als de spreekwoordelijke druppel. Vernieuwing vraagt om creativiteit en denkkracht, maar dat is precies het kapitaal dat aan het eind van een gemiddelde werkdag in het onderwijs volledig is uitgeput.

De AI-spagaat: snelle leerlingen, trage systemen

De opkomst van generatieve AI in het onderwijs maakt deze spanning pijnlijk zichtbaar. Leerlingen hebben de nieuwe hulpmiddelen massaal omarmd om teksten te schrijven, stof samen te vatten of huiswerk te maken. Het is te eenvoudig om te stellen dat ze de weg van de minste weerstand kiezen, er vindt duidelijk een versnelling plaats en sommigen kunnen dat aan. Maar mogelijk anderen niet. Leerlingen gemotiveerd houden wordt moeilijker wanneer het onderwijs draait om taken waarvan zij zien dat AI ze beter kan. Docenten staan daar tegenover met een instrumentarium dat nog grotendeels is ontworpen voor een wereld waarin AI niet bestond.

Hier ontstaat een merkwaardige paradox. Enerzijds kan AI docenten helpen bij het ontwerpen van lessen en het geven van feedback, wat op termijn de werkdruk zou kunnen verlagen. Anderzijds kost het herontwerpen van onderwijs en het voeren van het pedagogische gesprek over AI-ethiek tijd die er simpelweg niet is. Zolang docenten meer tijd kwijt zijn aan sturen van het AI-gebruik dan aan het benutten van de voordelen, vergroot de technologie de druk in plaats van deze te verlichten.

De cultuur van het ad hoc oplossen

Het werk van een docent is een voortdurende aaneenschakeling van ad hoc beslissingen: een conflict in de gang, een haperend digibord, een emotionele leerling. Deze versnippering maakt het lastig om diepgaand aan langetermijn-projecten te werken. Daar komt bij dat veel onderwijsvernieuwingen de afgelopen jaren zijn geïntroduceerd als ‘extra’ projecten bovenop het bestaande pakket.

Het resultaat is een aanhoudende innovatie-moeheid. Vernieuwing verspreidt zich hierdoor slechts via een kleine groep ‘uitzonderingen’: docenten die de energie vinden om buiten de gebaande paden te treden. Maar zolang de rest van de organisatie vastzit in een reactieve modus, blijven deze initiatieven beperkt tot eilandjes van vernieuwing in een verder stilstaande oceaan.

Conclusie: tijd voor een structurele reset

De komst van AI dwingt ons tot een fundamentele herbezinning op het beroep van leraar. De vraag voor de komende jaren is niet alleen hoe we AI in de klas implementeren, maar hoe we de schoolorganisatie zo inrichten dat er weer ruimte ontstaat voor het vakmanschap van de docent en de leergierigheid van de leerling

Martin Bakker

Martin Bakker is eerstegraads docent aardrijkskunde met een achtergrond als raadgevend ingenieur en beleidsambtenaar. Al voor de snelle opkomst van generatieve AI richtte hij zich in zijn onderwijs op blended learning, met een bewuste afwisseling van analoge en digitale werkvormen en met expliciete aandacht voor digitale geletterdheid. Als hij met AI werkt, doet hij dat openlijk en in samenspraak met zijn leerlingen. Hij ziet dat vrijwel alle leerlingen AI gebruiken en kiest ervoor dit bespreekbaar te maken, inclusief de kansen en risico’s die daarbij horen. Binnen zijn school is hij betrokken bij het doordenken van de gevolgen van AI voor onderwijs en toetsing en bij het ontwikkelen van beleid en onderwijs rond digitale geletterdheid.