Social media juf Stephanie Meuleman gunt het iedere leerling om digitaal geletterd te zijn. Dat is hard nodig in de ‘wereld van later’. We moeten daar dus nu echt stappen mee zetten. En dat kan in alle vakken.
Stephanie Meuleman krijgt regelmatig de vraag of ze kan helpen met digitale geletterdheid. En dat doet ze graag. Want digitale geletterdheid is dé vaardigheid van de toekomst. “Ik gun iedere leerling digitale vaardigheden en digitaal geletterd zijn. Want het is een voorwaarde om je te kunnen redden in de maatschappij van later.”
In de derde aflevering van de podcast ‘Tussen de lessen door’ vertelt ze dat iedere leerling en iedere docent deze skills heel hard nodig heeft. En dat gaat veel verder dan een powerpoint kunnen maken.
Digitale vaardigheden: meer dan een extra lesje
Digitale vaardigheden moeten volgens de Kerndoelen vanaf 2027 opgenomen zijn in lessenprogramma’s en vanaf 2031 wordt daar actief op gecontroleerd. Dat wil niet zeggen dat scholen nog kunnen wachten. Maar ook niet dat ze gewoon een extra lesje van kunnen maken.
Meuleman pleit voor echt integreren in het curriculum. Volgens haar kan het bij ieder vak een plek vinden. Ethische kwesties kunnen prima bij burgerschap of bij maatschappijleer. Bij geschiedenis kun je dingen terughalen; hoe ging het eigenlijk vroeger en hoe gaat het dan nu? Digitale vaardigheid past zelfs bij lichamelijke opvoeding. “Ook daar kun je met data bezig zijn. En dat data dus niet alleen maar eentjes en nulletjes is, maar dat data ook een heleboel gegevens zijn over hoe hard jij kunt rennen en hoeveel mensen wel bij trap 7 komen bij de piepjestest bijvoorbeeld.”
Omgaan met social media
De ethische vraagstukken passen binnen mentorlessen. Daar kun je de vraag stellen hoe leerlingen met social media omgaan en hoe ze zich daar gedragen. “Wat doe jij jezelf aan als je iets online zet of wat doe je juist een ander aan? Dat is een stukje bewustwording. Daar moet al tijd voor gemaakt worden. En verder in AI-systemen duiken, dat kan misschien bij het vak Informatica.”
Scholen kunnen ook kiezen voor projecten of projectweken. “Er zijn ontzettend veel organisaties die hier van alles voor aanbieden. Denk bijvoorbeeld aan de politie of aan GGD’s. Er is zoveel aanbod. Je kunt een heel jaarprogramma opstellen zonder dat je zelf iets hoeft te doen.”
AVG-vraagstuk
Wie het geeft over digitale geletterdheid, heeft het tegenwoordig automatisch over AI. Weten docenten zelf genoeg van AI? “Ik kan me voorstellen dat er genoeg docenten zijn die niet goed weten hoe ze morgen ermee aan de slag kunnen. Het moeilijke op dit moment is het hele AVG-vraagstuk.”
“Het allerliefste zou je af en toe willen sparren met een AI-tool over leerling X waar jij niet mee verder komt en iedere keer loop je weer vast. En eigenlijk ben jij een beetje op qua ideeën en dan zou het heel inspirerend werken om met een tool te gaan praten of sparren. Maar dat kun je eigenlijk niet doen omdat alle data op dit moment richting de grote techbedrijven gaat en je daar geen verwerkersovereenkomst mee hebt. En die moet je eigenlijk wel hebben.”
Spelen met AI
Er zijn een heleboel bedrijven die hierop inhaken. “Dat doe ik zelf ook met ChatWisy. Dat is mijn eigen tool die ik heb ontwikkeld zodat ik tenminste iets kan bieden voor mijn leerlingen. In die tool bouw ik echt iets met ze. We vullen samen een assistent voor ouders die uitleg geeft over waarom een leerling zo graag nog zo lang op zijn telefoon wil zitten. Of waarom die je soms ook echt niet hoort. Ouders kunnen er vervolgens mee sparren. ‘Ik word helemaal gek voor mijn kind. Moet ik de telefoon verbieden?’ Zo probeer ik op een laagdrempelige manier te werken aan digitale vaardigheden.”
Laat leerlingen creatief zijn
Ze stimuleert haar leerlingen om gebruik te maken van alle tools die er zijn. “Ik zeg steeds; probeer maar. Maak accounts aan. Maar hou rekening met dat je accounts aanmaakt. Doe dat niet op je schoolmail, want als je straks van school af bent, kun je er niet meer bij. En ik laat ze nergens betaalde versies aanschaffen, maar proberen. Ik zeg echt niet dat alles veilig is en alles goed. We moeten er op de juiste manier mee omgaan en leerlingen creatief laten zijn terwijl we ze ondersteunen.”